Als we over Pesach spreken...
Publicatiedatum: 18 april 2016 846 keer gelezen

Afgelopen donderdag hebben de kinderen van de basisschool en de leerlingen van klas 1 van de VO - in het kader van de komende Pesach - matze gebakken in het Joods Cultureel Centrum. De kinderen hebben er veel geleerd en hebben genoten van de activiteit. Wij danken alle betrokkenen voor het organiseren hiervan!

Als we over Pesach spreken, dan hebben wij het over wonderen. De uittocht uit Egypte was een groot wonder. De Schelfzee die droog viel, de tien plagen, de redding van Moshe in het biezen mandje door de dochter van de Farao. Komen wij die wonderen ook in de huidige tijd nog tegen?

Door opperrabbijn B. Jacobs, vicevoorzitter

Recentelijk vernam ik van een vader, overlevende van de Holocaust, die het Jodendom de rug had toegekeerd, omdat zijn zoontje niet teruggekeerd was uit de hel van Auschwitz. Op Jom Kippoer komt hij, min of meer gedwongen en bij toeval, toch in sjoel. Als hij zijn Joodse naam noemt voordat hij wordt opgeroepen verbleekt de gabbe. De gabbe herkent de naam van zijn vader: vader en zoon zijn herenigd!
Een man in Williamsburg Brooklyn, na de oorlog geboren, stelt zijn nier beschikbaar voor transplantatie. De match blijkt zijn oudere broer te zijn van wie werd aangenomen dat hij de oorlog niet had overleefd. Indrukwekkend zijn dit soort wonderen.

Hoeveel mensen hopen op wonderen die nooit zullen geschieden? Bij mijn recente bezoek in Oekraïne ontmoette ik Joden die op weg waren naar het Heilige Land. Het is een wonder dat ondanks de uitroeiing er toch nog een voortzetting van Jodendom zal plaatsvinden! Maar ja, denk ik dan emotioneel, waar waren de wonderen voor hen die niet mochten overleven? Onlangs werd mij gevraagd of er nog wonderen bestaan. Mijn antwoord was: kijk naar mij en aanschouw een groot wonder. Het bestaan van het Joodse Volk is volledig onlogisch. Van de rijke Griekse cultuur, van de Romeinen, van de Egyptenaren: slechts ruines zijn van hen overgebleven! Maar het Jodendom bloeit meer dan ooit. De Joodse studiecentra puilen uit! Door een wonder sta ik hier.

Wonderen! Een plantje groeit. Een kind wordt geboren. De zonsopgang, dagelijks. De mens die kan denken. Het bestaan van de Staat Israël. De veertiger die mij een paar weken geleden vertelde dat zijn oma hem nu pas heeft verteld dat hij een Jood is. Allemaal wonderen.
De vraag is: wat doe je met al die wonderen? Hoe beleef je een wonder? Is een wonder wel een wonder? En heb je wonderen nodig?

Ons zijn hier op aarde is in feite onbegrijpelijk. Zelfs de grootste medicus kan niet aangeven wat het verschil is tussen voor en na de dood, tussen voor en na de geboorte. Maar ook als de wetenschapper zegt, dat er voor en na dit aardse bestaan niets is, dan nog blijft de vraag: wat is dat niets?

De hele Uittocht uit Egypte, met alle wonderen die de onbegrijpelijke dagelijkse natuurwetten even uitschakelden, had slechts een enkel doel: het ontvangen van Thora en Traditie op de berg Sinai. Moshe klom de berg op en de Eeuwige daalde af. Hemel en aarde kwamen samen. Het Joodse volk is ontstaan en weet de eeuwen te trotseren met als constant bindmiddel: het Jodendom als het geheim van zijn existentie. Een wonder staat voor alles wat wij niet kunnen begrijpen.

Maar de vraag is niet zozeer wat een wonder is, maar wel wat een wonder doet. Soms hebben we een wonder nodig om tot het besef te komen dat wij niet alles kunnen vatten en soms is het nadenken over het ogenschijnlijk gewone al voldoende om te beseffen dat alles ons verstand overstijgt.

Al die wonderen die geleid hebben tot de Uittocht uit Egypte hadden als enig doel om het Joodse Volk naar de berg Sinai te brengen, om hen daar via de Tien Geboden het Jodendom te geven, om met dat Jodendom de eeuwen te overleven en steeds de Eeuwige te dienen. Als wij allen, na de Uittocht uit Egypte en na de Openbaring op de berg Sinai, dezelfde routebeschrijving of dezelfde GPS gebruiken, dan bewandelen wij niet alleen dezelfde weg, maar weten wij ons ook gezegend door eenheid. Wij gaan immers allen dezelfde kant op om dezelfde richting te volgen.

Bij de berg Sinai stond het Joodse Volk als één, allen keken zij dezelfde kant op, allen hadden zij de ogen op Boven gericht. En die eenheid is er ook vandaag. Ondanks de vele meningsverschillen weten wij ons in essentie onderling verbonden en komen elkaar te hulp. Is dat geen wonder?

Zegen ons allen, lieve Vader, als we één zijn.

In de hele wereld komen de Joden bij elkaar om de Seideravond te vieren. Allen eten zij de matzes en drinken de vier bekers wijn leunend op. Ook voelen allen zich verenigd door de bittere kruiden, het symbool van de vele bittere vervolgingen. Vanuit die mondiale Joodse eenheidsdemonstratie zingen wij dan allen samen vol vreugde en eeuwenlang hoorbaar, helemaal aan het eind van de Hagada:

Lesjana haba’a biroesjalajim – het komende jaar in Jeroesjalajim!

Nog vele jaren en eet de matzes in gezondheid.

©Opperrabbijn B. Jacobs 2016