Joods onderwijs
Publicatiedatum: 08 maart 2016 1169 keer gelezen

Lesgeven op het Cheider vervult mij regelmatig met een gevoel van trots. Om kinderen in onze tijd te zien die, door de inspanning van alle werknemers, zoveel weten over hun geloof… is hartverwarmend.

Door rabbijn H. Groenewoudt
Afbeelding©Floris Kayim

Dit gevoel heb ik vooral als ik, en dat komt regelmatig voor, gasten rond mag leiden door de gangen van het gebouw en langs de klaslokalen. Dan lopen we namelijk ook altijd langs de kleine kamertjes waar onze kleuters het ‘alef-beth’, het joodse alfabet, leren.

Onze kinderen beheersen het Hebreeuws al redelijk goed in groep 3 of 4. Het is onze taal. De taal van de Tora, de gebeden, de joodse kennis. Door de beheersing van Hebreeuws, openen zich de poorten naar alle joodse bronnen. En daar kunnen we niet vroeg genoeg mee beginnen.

Waarom hecht het Jodendom er zo veel waarde aan dat we de kinderen op een zeer jonge leeftijd ‘lastig vallen’ met deze geestelijke bagage? Kunnen we niet wachten tot ze op de middelbare school zitten, net zoals met Engels, Duits of Frans?

Als de Tora een vak zou zijn zoals de moderne talen, misschien wel. Maar de Tora is geen vak. De Tora is het pad waarlangs de Jood loopt, iedere dag weer, de weg die hij volgt. Zodra het kind kan spreken, wordt het geleerd teksten te zeggen die het nooit meer zal vergeten, zolang het op dat pad loopt en die weg voortgaat. Het stopt niet bij de hersens, maar in de harten.

1946. Er is bezoek in een Engels weeshuis. Iemand van de joodse gemeenschap is op zoek naar weeskinderen uit het vernietigde Europa. De kinderen zijn in de oorlog naar Engeland gebracht, zonder ouders of familie, en nu worden ze opgespoord om ze terug te brengen in de schoot van het Jodendom. ‘Hier zijn geen joodse kinderen, rabbijn’, zegt de directrice, ‘dat weet ik zeker’. ‘Mag ik toch even op de zaal kijken?’. ‘Uiteraard, gaat U gang’. De rabbijn plaatst zich bij de ingang van de slaapkamer. Zachtjes zegt hij: ‘sjema jisrael..’ en zachtjes hoort hij her en der, van diep onder de dekens vandaan: ‘..Hasjem echad.’

De kinderen kenden deze woorden van het beroemde Sjema Jisrael, die zij als baby al hoorde voor het slapen gaan, nog. Geen vervolging en vlucht heeft dit uit hun geheugen kunnen verwijderen. Het zat niet in de hersens, het zat in hun hartjes. Dit waargebeurde verhaal leert ons de plaats die het joodse leren voor ons in neemt. Het is geen ’weten’, het is ‘leven’.

Wij leven in gelukkiger tijden. Onze kinderen kunnen zich zonder enige belemmering laven aan de joodse kennis van millennia. Bijna alle leerlingen van onze school vervolgen hun opleiding na het afsluiten van de middelbare school in hoge Talmoedscholen in het buitenland. Dorstig naar kennis, op zoek naar een basis voor het leven.

Het Cheider is de poort, de toegangskamer tot al die kennis en dat al zo veel jaren, en dat al voor zo veel leerlingen. Mogen we dan af en toe trots zijn?

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Rond de Bron nummer 61 2015/5776